Een osteopathische check-up voor je baby: waarom eigenlijk?

Preventief

Een vraag die veel ouders zich stellen, is: “Met welke klachten of symptomen kunnen we nu met ons kindje bij een osteopaat terecht?”.
Het is niet gemakkelijk hier éénduidig antwoord op te geven: een osteopaat werkt immers niet zozeer op een klacht, maar zal elk kindje individueel aan een bewegingsonderzoek onderwerpen en enkel daar werken waar blokkades/bewegingsverliezen worden gevonden.  Bewegingsverliezen kunnen ontstaan tijdens de zwangerschap, de geboorte of in de postnatale periode (lees hier meer).
Soms geven ze meteen aanleiding tot klachten maar evengoed kan het zijn dat de gevolgen ervan zich pas veel later manifesteren.
Net daarom is het zinvol je baby na de geboorte te osteopatisch te laten onderzoeken. Een baby staat nog aan het begin van zijn groei en ontwikkeling en heeft er dus alle voordeel bij om deze ontwikkeling door te maken in alle comfort en vrijheid van zijn lichaam.
Als er geen opmerkelijke klachten zijn, is het prima te wachten tot je baby 6 weken is om dan een check-up te plannen bij een osteopaat.
Kies liefst een osteopaat die ervaring heeft met/zich gespecialiseerd heeft in het behandelen van baby’s & jonge kinderen.

Curatief

Natuurlijk zijn er specifieke omstandigheden waarbij osteopathie extra geïndiceerd is.

  • Eerst en vooral zijn er risicofactoren tot het optreden van bewegingsverliezen tijdens de zwangerschap, de bevalling en postnataal.

  • Daarnaast zijn er een aantal aandachtspunten bij de baby die een extra indicatie kunnen betekenen voor osteopathie.

In feite zou je kunnen stellen dat, hoe meer punten bij de baby positief zijn, hoe beter het is om even langs te gaan om je baby te laten nakijken.

Lees meer over osteopathie hier.

Risciofactoren tot het optreden van blokkades

Tijdens de zwangerschap

  • meerling zwangerschap, intra-uterien fibroom, zeer smal bekken van de moeder, vroegtijdige indaling, langdurige fysieke of emotionele stress

Tijdens de bevalling

  • elke bevalling waar meer risico geweest is op grote krachtsinwerking op het kindje, zoals weeënstimulatie, zeer langdurige bevalling,  zeer snelle bevalling, prematuriteit, meedrukken op de buik,…

  • abnormale ligging (stuitligging, sterrenkijkertje, aangezichtsligging) 

  • gebruik van epidurale, vacuümextractie, forceps  

  • navelstreng rond het nekje

  • moeilijke geboorte van de schouders

  • keizersnede

  • kindje heeft meconium ingeslikt

  • eerste schreeuw was niet effectief

Latere factoren

  • trauma (hersenschuddig, val of stoot)

  • langdurig gebruik van fopspeen of duimzuigen

  • infecties (meningitis, otitis, keelontsteking, rota-virus)

  • operaties

Specifieke indicaties

De spijsvertering

Problemen tijdens of na de voeding

  • zuigproblemen, slikproblemen

  • onrustig drinken, beginnen huilen/afduwen

  • slecht drinken aan één kant

  • moeilijk boeren

  • na de voeding: reflux en zure oprispingen, naslikken, veel teruggeven, constant hikken

Darmproblemen

  • moeilijke ontlasting: onregelmatig, hard moeten drukken, kreunen, rood worden, huilen bij ontlasting

  • te harde of te vloeibare ontlasting

  • opgezet buikje, veel windjes of veel lucht bij de ontlasting

  • krampjes, stampen met de beentjes, tegen mama of papa ‘opklimmen’ 

Prikkelbaarheid, onrust en huilen
  • regelmatig jengelen tot excessief huilen

  • moeilijk tot rust kunnen komen, moeilijk aan de slaap overgeven, overprikkeld, overactief

  • weinig of onregelmatig slapen/ hazenslaapjes

  • regelmatig plots wakkerschrikken, moeite met doorslapen

Immuniteit
  • steeds terugkerende infecties: oorontstekingen, keelontstekingen, luchtwegeninfecties, …

  • hoorbaar en met veel moeite ademen, snurken 

  • astma, eczema of allergieën

Houding en motoriek

Pijn/moeilijkheden bij dagelijkse handelingen

  • moeilijkheden/afweerreactie bij knuffelen, verschonen, wassen, aankleden,

  • moeite met bepaalde handelingen: zoals trui over het hoofdje, armpje door een trui, …

Abnormale houdings- of bewegingspatronen

  • regelmatig verkrampen, verstijven of overstrekken/hoofje achteruitgooien, constant willen rechtstaan, zich afdrukken met de voeten

  • voorkeurshouding (hoofdje steeds naar dezelfde kant) of dwangmatige houding (in boogje liggen)

  • systematisch met het hoofdje/aangezicht tegen de matras drukken, hoofdbonken

  • algemeen slappe houding

  • asymmetrie in bewegingen, bijvoorbeeld: 

    • maar 1 handje gebruiken

    • enkel over één zijde kunnen rollen   

    • asymmetrisch kruippatroon (bijvoorbeeld op 1 knie en 1 voet)

    • billenschuiven in plaats van kruipen

  • stappen op de tippen of met 1 of beide voetjes erg naar binnen gericht 

Vormafwijkingen van het hoofdje

Bekijk het hoofdje vanuit boven-zij en achteraanzicht en let op opvallendheden of asymmetrieën: bv.

  • vervormingen, uitstulpingen, indeukingen, afvlakkingen of onregelmatigheden

  • 1 oogje dat kleiner of dieperliggend is dan het andere 

  • regelmatig ontstoken oogje(s) 

  • oortjes die asymmetrisch staan (meer naar achter of lager)

  • blauwe neusbrug, ingedrukt neusje, …